
Ga naar de vernieuwde site www.nonsyschins.nl
De Chinchilla
Nederlandse naam: Chinchilla 
Latijnse naam: Chinchilla lanigera
Herkomst: Zuid-Amerika (Chili en Peru)
Lichaamslengte: ± 25 a 35 cm
Staartlengte: ± 13 a 18 cm
Gewicht: 400 tot 800 gram (gemiddeld 600 gram)
Geslachtsrijp: 4 a 5 maanden
Fokrijp: 9 a 12 maanden
Draagtijd: 111 dagen
Aantal jongen: 1 tot 3 (soms komen er grotere nesten voor)
Speenleeftijd: 8 á 9 weken
Levensverwachting: 10 tot 20 jaar
Ademhalingsfrequentie: 40 tot 120 per min.
Polsfrequentie: 100 tot 240 per min.
Temperatuur: 37,5 á 39,5 graden
Water op name: ± 10 ml per 100 gram lichaamsgewicht
De chinchilla is een knaagdier, die behoort tot de cavia-achtigen. Het zijn dieren die er grappig uitzien, ze hebben grote lange oren, een rond lichaam met een dikke en fluweel zachte vacht en een geborstelde staart. Die zachte dikke vacht komt doordat er uit 1 haarwortel wel 120 haren kunnen groeien.
Bij chinchilla´s worden de mannetjes, bokjes genoemd. De dames worden vaak dames, of vrouwtjes genoemd. Zoals je hierboven kon lezen, is de draagtijd best lang, namelijk 111 dagen. De jongen zijn nestvlieders, dit betekend dat het kleine kopietjes van de ouders zijn. Ze hebben dus meteen haar, de oogjes zijn open, de oortjes werken en ze kunnen meteen na de geboorte al lopen en springen. Dit is dus anders dan bij bijvoorbeeld konijnen en muizen, waar de draagtijd veel korter is, maar waarvan de jongen nestblijvers zijn. Dus kaal, blind en doof geboren worden en dus nog een tijdje in het nest moeten blijven.
De chinchilla leefde vroeger in kolonies van soms wel 100 dieren op de bergketens van de Andes, in Peru (Zuid- Amerika). De bodem was bedekt met vulkanisch as, waar de dieren een bad in namen, om hun vacht te verzorgen. Ze leefden op een hoogte van wel 3800 tot 5000 m, waar enorme klimaatsverschillen waren. De temperaturen konden wel van -10 ´s nachts tot 50 graden in de zon verschillen, met een lage luchtvochtigheid van 30%. Om de extreme verschillen van het klimaat te ontlopen, verborgen ze zich in holen, spleten en grotten. De dieren kunnen zeer goed om gaan met droogte, omdat ze zeer zuinig om kunnen gaan met water. Dit nemen ze tot zich, doormiddel van douwdruppels of van planten. Ook ontlopen ze het extreme klimaat, omdat het schemer- nachtdieren zijn.
De dieren zijn nu in de natuur zo goed als uitgestorven, dit komt omdat de mens in de 17e eeuw, de dieren gevangen heeft genomen, om er mee te fokken voor de pels. In de 19e eeuw was de pels van deze dieren, samen met koffie, het belangrijkste exportproduct van Zuid- Amerika.